|
Een loverboy wil veel geld verdienen. Hij doet dat meestal door een meisje te versieren en haar daarna in de prostitutie te brengen. Soms verdient hij zijn geld door telefoonabonnementen of leningen af te sluiten op haar naam. Er zijn ook loverboys die hun meisje als drugskoerier laten werken.
Een loverboy gebruikt verliefdheid en verleiding om het meisje zover te krijgen dat ze doet wat hij wil. Hij zorgt dat hij verkering krijgt met een meisje, om haar vervolgens financieel uit te buiten. In het begin is hij lief. Hij doet alles om het haar naar de zin te maken. Verwent haar met aandacht, cadeaus en lieve woorden, en doet alsof hij verliefd is. Zo palmt hij haar langzaam in.
Bij sommige loverboys en hun slachtoffers speelt verliefdheid geen rol. De meiden laten zich inpalmen omdat hij stoer is, omdat ze graag bij zijn groep willen horen.
|
|
Van diverse kanten wordt gemeld dat het aantal slachtoffers van loverboys nog steeds toeneemt. Maar exacte cijfers heeft niemand. In veel gevallen doen de meisjes geen aangifte. En sinds de komst van mobiele telefoons en Internet speelt een deel van de prostitutie zich buiten ieders zicht af. In woonhuizen en appartementen, in plaats van in de rosse buurten.
Dagblad Trouw meldde op 21 maart 2008 dat er in het jaar 2007 in totaal 202 jonge vrouwen in het web van een loverboy verstrikt zijn geraakt. Dat zou blijken uit cijfers van het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha) te Amersfoort. Uit de gegevens van Comensha over 2007 blijkt tevens een toename van licht verstandelijk gehandicapte slachtoffers. Zij worden eerder slachtoffer omdat zij kwetsbaarder zijn dan andere meisjes. In het boek 'Loverboys: feiten en cijfers' van Terpstra en Van Dijke zijn gegevens verzameld over alle loverboy-zaken van 1998 tot medio 2004 waarin het politieonderzoek voldoende materiaal opleverde voor het openbaar ministerie om tot aanhouding en vervolging over te gaan. Dat waren in totaal 57 zaken met daarin 92 verdachten (70 loverboys en 22 handlangers). Problemen met loverboys komen binnen alle soorten van het voortgezet onderwijs regelmatig voor. Scholen die het meest te maken hebben met loverboys zijn vmbo-scholen (29 procent), vo-scholen voor speciaal onderwijs (23 procent) en scholen voor praktijkonderwijs (18 procent). Bij de havo en het vwo kampt 9 procent van de scholen met loverboyproblematiek, op brede scholengemeenschappen ligt dit op 18 procent. (bron: www.pestweb.nl) |
|
| Een lovergirl is de vrouwelijke handlanger van een loverboy. Ze benadert meisjes om die, samen met de loverboy, in de prostitutie te brengen. Een lovergirl stelt zich op als goede vriendin van het meisje. Ze probeert haar te isoleren van haar omgeving, waardoor het meisje alleen nog maar omgaat met de lovergirl. Lovergirls worden zelf vaak gezien als slachtoffer, omdat ze het vooral zouden doen om zelf niet in de prostitutie te hoeven. Maar een heel duidelijk beeld van deze lovergirls is er nog niet. |
| Ja. Volgens artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is hier sprake van mensenhandel. Iemand onvrijwillig in de prostitutie brengen, of geld afpakken van iemand die in de prostitutie werkt, is strafbaar. In de wet staat dat je niet iemand mag dwingen om in de prostitutie te werken. Bij 'dwingen' moet je denken aan gebruiken van geweld, of dreigen met geweld. Maar ook aan iemand misleiden (de situatie anders voordoen dan hij daadwerkelijk is) of gebruik maken van iemands afhankelijkheid. De maximale straf bedraagt twaalf jaar. Een taakstraf is niet ongebruikelijk. |
| Er zijn ook jongens die gedwongen in de prostitutie werken. Maar over de manier waarop zij daartoe gedwongen worden, en door wie, is weinig bekend. Terpstra en Van Dijke schrijven in hun boek 'Publiek geheim: jeugdprostitutie' over het fenomeen 'suikerooms'. Daarmee bedoelen ze oudere mannen die de jongens benaderen en cadeaus, aandacht en hulp geven. Net als een loverboy vragen ze daar eerst niets voor terug. Nadat ze seks hebben gehad met de jongens, kunnen ze de jongens daarmee chanteren, en dwingen ze hen aldus in de prostitutie. |
| Ook bij buitenlandse slachtoffers van mensenhandel worden vaak loverboytechnieken gebruikt. Bij buitenlandse mensenhandel is bij ongeveer 30% van de slachtoffers schijnliefde gebruikt als middel om hen in de prostitutie te brengen of te houden. Bij binnenlandse mensenhandel ligt dat aantal op ongeveer 70%. |
|
'Love' betekent liefde. Als je het hebt over een loverboy, denk je daarom in eerste instantie aan een aardige jongen, die goed is voor zijn vriendin. Het klinkt lief en romantisch. Maar wat in Nederland en België een loverboy genoemd wordt, is eigenlijk gewoon een keiharde pooier. Iemand die er niet voor terugdeinst om zijn 'vriendin' met grof geweld en tegen haar zin financieel uit te buiten. Er is wel gesuggereerd om 'loverboy' te vervangen door de term 'terreurpooier'. Als je het zo noemt, klinkt het ineens een stuk minder lief en romantisch.
Volgens onderzoeker Frank Bovenkerk is er geen reden om het probleem van de loverboys apart te benoemen. Binnen de prostitutiewereld zijn altijd al pooiers geweest die jonge vrouwen verleiden om ze in de prostitutie te brengen. Bovenkerk concludeert op basis van zijn onderzoeken dat het begrip 'loverboy' is ontsproten aan de romantische fantasie van meisjes die zich van hun pooier los willen maken, en die bij de hulpverlening een willig oor vinden. De hulpverleners zouden de interpretatie van de meisjes volledig accepteren, omdat kritiek erop de vertrouwensband tussen meisje en hulpverlener niet ten goede zou komen. Maar volgens Bovenkerk is het onjuist om de meisjes puur als slachtoffer te zien. Hij stelt dat zowel de loverboys als de meisjes elk hun eigen aandeel hebben in het ontstaan en bestendigen van de prostitutieactiviteiten. |